N.B. onderstaand pleidooi verscheen eerder in de maart-editie van Theatermaker.
Goud spinnen uit stro
Bij het Nationale Toneel gaat begin maart De Prooi in première, een theaterbewerking van het boek van Jeroen Smit over ABN Amro onder Rijkman Groenink. Een groot deel van de intelligentsia die nog maar zelden naar de schouwburg gaat, zal vanwege de inhoud weer eens belangstelling hebben voor wat er op de landelijke podia gebeurt. Dat is een goede zaak. Met dergelijke onderwerpen kan het theater een weg inslaan die leidt tot meer draagvlak. Zeker als er ook flink wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van het script voor de voorstelling.
Door Tom Helmer
Een theaterversie van De Prooi spreekt omwille van de inhoud een belangrijke groep Nederlanders aan. Reken maar dat het bloed van de bazen en onderbazen van Nederland zal stijgen bij alleen al de gedachte aan Mark Rietman die als Rijkman Groenink het toneel oploopt. Wat is zijn eerste tekst? Wat zegt hij als hij afgaat en hoe beeldt hij hem uit? Zulke vragen kunnen a priori op heel wat meer belangstelling rekenen dan wanneer dezelfde Rietman Gijsbrecht van Amstel speelt, of King Lear. De uitbeelding van Rijkman Groenink staat stijf van betekenis. Vanwege de inhoud is De Prooi voor een groot deel van het publiek dat eigenlijk vaker in de schouwburg zou moeten zitten al bij voorbaat spannend theater. Want anders dan aan King Lear en Gijsbrecht Van Amstel kleven aan Rijkman Groenink vragen waarop onze samenleving een antwoord nodig heeft. Wat was recht en wat was krom in ‘het tijdperk Groenink’? Aandeelhouderswaarde was toen leidend voor de besluiten van het bankbestuur. Hoe denken wij daar nu over? Is het bestuurlijk evenwicht en de controle aan de top van een mega-instituut als ABN Amro voldoende gewaarborgd?
Voor een theatermaker zijn dit op het eerste gezicht droge vragen waaraan normaal gesproken wordt voorbijgegaan. Materie die bij wijze van spreken te ver verwijderd is van de door ons geliefde koningsdrama’s van Shakespeare. Maar voor heel wat potentiële schouwburgbezoekers geldt dat niet. Ik heb de stellige indruk dat een grote groep potentiële bezoekers een warmer gevoel krijgt bij een nostalgische gedachte aan De Bank dan aan King Lear.
De vraag is hoeveel rekenschap het Nationale Toneel zich hiervan heeft gegeven in de voorbereiding van deze productie. Heeft het zich bij de bewerking van het boek willen meten met de bewogen discussie over de financiële wereld die in de kranten wordt gevoerd? Lukt het om van de op het eerste gezicht droge, maar voor onze samenleving toch erg relevante thema’s spannend theater te maken? Lukt het om uit dit stro goud te spinnen? Slaagt het gezelschap erin het complex aan krachten te laten zien waaraan Groenink en de zijnen blootstonden? Wordt De Prooi een theatraal document dat onze samenleving helpt de nagalmende vragen over de ondergang van het vlaggenschip van onze bancaire sector te beantwoorden? Of zijn de makers van plan te volstaan met een adequate theatrale spin-off van het populaire boek, met bijbehorend zonnig vooruitzicht voor wat betreft de recettes?
Als de ambities van het Nationale Toneel verder reiken, kan De Prooi de eerste grotezaalvoorstelling zijn die een braakliggend dramaturgisch terrein betreedt. Een terrein waar het theatergezelschap zich een actueel onderwerp volledig eigen heeft gemaakt en zo constructief mogelijk aan de orde stelt. Een theater dat in staat is rauwe kritiek te leveren op achterhaalde ideeën, maar zich ook uitslooft om ideeën die wel toekomst hebben met glans voor het voetlicht te brengen.
In het geval van De Prooi zou dat bijvoorbeeld kunnen betekenen dat het Nationale Toneel enkele beklijvende scènes en treffende beelden voor de (te) grote focus op aandeelhouderswaarde in petto heeft. Dat het de keuzes aanschouwelijk weet te maken waarover Groenink en de zijnen konden beschikken. In hoeverre zij gedwongen handelden en waaraan dat lag. Via het theater zouden we zo een beter gevoel kunnen ontwikkelen voor de rol van een grote bank in onze samenleving.
Erkenning
Het is mijn grote overtuiging dat als het Nationale Toneel met De Prooi hierin slaagt, en als andere gezelschappen naast hun repertoire-ensceneringen ook wat vaker een eigentijds onderwerp met alle liefde en belangstelling uitwerken, ons theater al gauw op meer bezoekers en meer erkenning mag rekenen.
Voor onze theaterpraktijk zou het een tamelijk nieuw idee zijn om ten overstaan van maatschappelijke vragen als in De Prooi worden gesteld geen kritische, maar een meer dienstbare rol te vervullen. Toch zou dit in wezen een voortzetting zijn van een rijke dramaturgische geschiedenis. De grote toneelschrijvers hebben zich altijd beziggehouden met de ontwikkelingen in hun eigen tijd. Aan de hoogtepunten van Tsjechov, Ibsen en Williams ligt een zorgzame analyse ten grondslag van de spanningen van hun eigen samenleving. Hetzelfde kan worden gezegd van de beste werken van Aeschylos, Brecht en Pinter. Telkens zien we in hun stukken de nieuwe tijd op oude ideeën botsen. Als kronieken van de eigen tijd staan de repertoirestukken dan ook nog altijd fier overeind. En ook nu botst nieuw nog altijd met oud. In de politiek, de media, het bankwezen, maar ook in de liefde en in familierelaties. Ik zou het graag helder verbeeld terugzien op het toneel.
Maar als het theater zich op niveau met de kronieken van onze tijd wil gaan bemoeien, zal een bepaalde fase van het maakproces meer gewicht en aandacht moeten krijgen dan nu gebruikelijk is; ik bedoel die van de voorbereiding. De fase waarin de tekst tot stand komt.
De Prooi is niet de eerste grotezaalvoorstelling die expliciet een actueel thema aansnijdt. Het lijkt erop dat het idee om theatervoostellingen zich in het heden te laten afspelen met als doel direct in te kunnen haken op een bepaald maatschappelijk discours, volledig is doorgebroken. Toneelgroep Amsterdam van Gerardjan Rijnders begon hiermee in de tweede helft van de jaren negentig. Sinds de spraakmakende reeks Mighty Society voorstellingen van Eric de Vroedt heeft de benadering definitief post gevat. Orkater is metKamp Holland en Breaking the News eveneens deze weg ingeslagen. Ook Mephisto van Toneelgroep Maastricht kan (met enige goede wil) in deze lijn worden gezien, evenalsPrometheus van het Noord Nederlands Toneel. Het is zeer toe te juichen dat de theatergezelschappen niet alleen via het repertoire reflecteren op de werkelijkheid, maar dat ze de auteursrol ook naar zich toe trekken en onze leefwereld op scheppende wijze gaan verbeelden.
Intellectuele expeditie
De achilleshiel blijkt vaak de scripts waarop deze voorstellingen zijn gebouwd. Afgezet tegen het enorme gewicht dat het script in de schaal legt van een voorstelling, krijg ik de indruk dat er nog te weinig in wordt geïnvesteerd.
Ik weet uit ervaring bij Opium voor het Volk, de toneelgroep die ik samen met schrijver Willem de Vlam heb opgericht, hoe moeilijk het is om dramatische verhalen te ontwerpen die op een meeslepende manier de thema’s van onze samenleving aansnijden. Het tot stand brengen van die stukken was voor ons telkens weer een intellectuele expeditie die tot wel een jaar of nog langer kon duren. Wat er op de tekentafel spannend uitzag, kon in uitgeschreven vorm inhoudelijk te kort schieten, drammerig, flauw of gewoon saai zijn. Wij leerden steeds langer van tevoren te werken. Want er moest altijd nog genoeg tijd zijn om nieuwe lijnen te bedenken, karakters aan te passen en de metaforen in het gelid te zetten. In mijn ervaring is het een zeer zware opgave om een toneelstuk te schrijven dat zowel meeslepend is als betekenisvol voor onze complexe samenleving. Haast te zwaar voor de geest en het uithoudingsvermogen van één enkele schrijver.
Om de investering in het script op pijl te brengen, denk ik dat het nodig is de schrijver van meer hulptroepen te voorzien. Dramaturgen die de hele trukendoos van het drama kennen en in staat zijn zich een onderwerp eigen te maken kunnen de schrijver terzijde staan bij het opzetten van de structuur van het script. Desnoods worden er in een latere fase collega-schrijvers ingevlogen om bij te dragen aan de dialogen. Intensieve samenspraak met de regisseurs en de vormgevers gedurende het hele schrijfproces ligt uiteraard ook voor de hand.
Dit betekent tevens dat de ontwikkeling van de tekst iets zwaarder op het budget zal drukken, waardoor er in een jaar misschien één acteur minder in dienst kan worden genomen. Het betekent ook dat binnen het gezelschap, naast de eeuwige slag in het repetitielokaal, nog een heel nieuw front wordt geopend. Vooral voor de artistieke leiding zou het een vrij wezenlijke verandering zijn in het proces waarmee voorstellingen tot stand worden gebracht. Voor de buitenstaander zou het echter heel intuïtief overkomen. Die ziet de gezelschappen bij wijze van spreken bezuinigen op hardware, om te kunnen investeren in de software.
Boter bij de vis
Het Nationale Toneel was zo vriendelijk mij het script te laten lezen waarmee het de repetities aan De Prooi is gestart. Dat heb ik met heel veel plezier en collegiale bewondering gedaan. Ik weet hoe moeilijk het is wat Sophie Kassies, die deze theateradaptatie heeft geschreven, heeft gepresteerd. Haar tekst is toegankelijk en verrassend compleet in de weergave van het boek van Jeroen Smit. Het laat ook heel mooi de desintegratie van het grote ABN Amro zien. Alle divisies van het bedrijf komen steeds verder van elkaar af te staan. De klap waarmee alles ten einde komt wordt uitgedeeld door een astronomisch geldbedrag; cash betaald door het consortium van drie banken dat een vijandige overname doet. Afgaand op het script heb ik een leuke avond voor de boeg, met een voorstelling over een onderwerp dat mij interesseert. Maar het geeft mij niet de indruk dat het Nationale Toneel wel eens met een voorstelling voor de dag zou kunnen komen die verschil maakt in het denken over grote banken in onze samenleving. Daarvoor is deze tekst inhoudelijk te weinig geprononceerd.
Als we het theater werkelijk een serieus en breed erkend platform voor de reflectie in onze samenleving willen laten zijn, dan moeten de scripts op een nog hoger niveau komen te liggen. En dat betekent: boter bij de vis. Het actuele theater kan nog heel veel aan scherpte winnen als er meer wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van het script.