7 april: Masterclasses toneelschrijven in Vertigo!

Masterclass door LOT VEKEMANS

Lot Vekemans schreef onder andere voor NTGent, Jeugdtheater Artemis en het Zuidelijk Toneel. Ze won in 2005 de Van der Viesprijs met Truckstop en Zus van, en in 2010 de Taalunie Toneelschrijfprijs met het stuk Gif.

In deze masterclass toneelschrijven neemt zij de opbouw van personages als uitgangspunt; van buiten naar binnen en van binnen naar buiten. Hoe kun je je personages uitdiepen, zonder te psychologiseren?

Masterclass door JIBBE WILLEMS

Jibbe Willems schreef onder andere voor De Toneelschuur, Toneelgroep Oostpool en Het Syndicaat. Hij ontving een stimuleringsbeurs van het Platform Theaterauteurs, en in 2008 won hij de Nederlands-Duitse toneelschrijfprijs Kaas und Kappes (2e prijs) voor Apocalypso.

In deze masterclass toneelschrijven is een vormonderzoek het uitgangspunt. Hoe ver kun je taal verminken zonder verlies aan communicatie te ondervinden? Of: Hoe ver kun je taal verminken om iets nieuws te krijgen?

WANNEER           
zaterdag 7 april 
12.00 – 16.00 uur

WAAR                    
Wijnlokaal 1900
(naast theater Branoul)
Maliestraat 10
Den Haag 

PRIJS                       
€15,- 

 

 

De Randprogrammering Tijdens Festival Vertigo

Normal 0 21 false false false NL JA X-NONE

Naast de vier voorstellingen vindt er tijdens Vertigo een uitgebreide randprogrammering plaats: workshops, masterclasses, een festivaleditie van Bord op Schoot en meer. De precieze data vind je ook in de Agenda.

Iedere woensdag is na afloop van de première live muziek in Wijnlokaal 1900! Zo spelen daar woensdag 21 maart (na de première van Wahn) pianist Bart van Riemsdijk en legendarische trompettist Zane Massey!

Op woensdag 28 maart speelt (na de première van De Kleine Goden) Barbara Breedijk live in Wijnlokaal 1900!

Op zaterdag 31 maart geeft De Kosmonaut een workshop over theaterschrijven: hoe krijg je je gedachten op papier? Hoe krijgt een personage vorm? En hoe kun je ze laten praten zoals jij dat wil? Voor meer informatie over deze workshop, kan je mailen naarinfo@dekosmonaut.nl

Op woensdag 4 april speelt (na de première van Licht) Stefan van de Sande live in Wijnlokaal 1900!

Op donderdag 5 april is er een combinatieaanbod: ’s middags een workshop theaterschrijven, en ’s avonds naar de voorstelling ‘Licht’, geschreven door Kosmonaut Annet Bremen en geregisseerd door Marieke Dijkwel. Interesse? Mail voor prijs en informatie naar info@dekosmonaut.nl

Op zaterdag 7 april vinden er in het kader van Festival Vertigo maar liefst 2 masterclasses plaats, gegeven door niemand dan Jibbe Willems en Lot Vekemans!

Op woensdag 11 april live muziek in Wijnlokaal 1900 (na de premiere van Deep Blue Dreams). 

Op donderdag 12 april is er weer een combinatieaanbod: ’s middags een workshop theaterschrijven, en ’s avonds naar de voorstelling ‘Deep Blue Dreams’, geschreven door Kosmonaut Ninke Overbeek en geregisseerd door Robin Coops. Interesse? Mail voor prijs en informatie naar info@dekosmonaut.nl.

We sluiten Festival Vertigo af op zaterdag 14 april met een special editie van  Bord op Schoot. Theater in de maak, live muziek, natuurlijk weer een gastcolumn en nog heel veel meer, alles natuurlijk weer onder het genot van een avondmaaltijd en een drankje!

We hopen je te zien bij Festival Vertigo! 

 

Goud spinnen uit stro - Pleidooi voor het script door Tom Helmer (Opium voor het Volk)

N.B. onderstaand pleidooi verscheen eerder in de maart-editie van Theatermaker.

 

Goud spinnen uit stro

Bij het Nationale Toneel gaat begin maart De Prooi in première, een theaterbewerking van het boek van Jeroen Smit over ABN Amro onder Rijkman Groenink. Een groot deel van de intelligentsia die nog maar zelden naar de schouwburg gaat, zal vanwege de inhoud weer eens belangstelling hebben voor wat er op de landelijke podia gebeurt. Dat is een goede zaak. Met dergelijke onderwerpen kan het theater een weg inslaan die leidt tot meer draagvlak. Zeker als er ook flink wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van het script voor de voorstelling.

 

Door Tom Helmer

 

Een theaterversie van De Prooi spreekt omwille van de inhoud een belangrijke groep Nederlanders aan. Reken maar dat het bloed van de bazen en onderbazen van Nederland zal stijgen bij alleen al de gedachte aan Mark Rietman die als Rijkman Groenink het toneel oploopt. Wat is zijn eerste tekst? Wat zegt hij als hij afgaat en hoe beeldt hij hem uit? Zulke vragen kunnen a priori op heel wat meer belangstelling rekenen dan wanneer dezelfde Rietman Gijsbrecht van Amstel speelt, of King Lear. De uitbeelding van Rijkman Groenink staat stijf van betekenis. Vanwege de inhoud is De Prooi voor een groot deel van het publiek dat eigenlijk vaker in de schouwburg zou moeten zitten al bij voorbaat spannend theater. Want anders dan aan King Lear en Gijsbrecht Van Amstel kleven aan Rijkman Groenink vragen waarop onze samenleving een antwoord nodig heeft. Wat was recht en wat was krom in ‘het tijdperk Groenink’? Aandeelhouderswaarde was toen leidend voor de besluiten van het bankbestuur. Hoe denken wij daar nu over? Is het bestuurlijk evenwicht en de controle aan de top van een mega-instituut als ABN Amro voldoende gewaarborgd?

Voor een theatermaker zijn dit op het eerste gezicht droge vragen waaraan normaal gesproken wordt voorbijgegaan. Materie die bij wijze van spreken te ver verwijderd is van de door ons geliefde koningsdrama’s van Shakespeare. Maar voor heel wat potentiële schouwburgbezoekers geldt dat niet. Ik heb de stellige indruk dat een grote groep potentiële bezoekers een warmer gevoel krijgt bij een nostalgische gedachte aan De Bank dan aan King Lear.

 

De vraag is hoeveel rekenschap het Nationale Toneel zich hiervan heeft gegeven in de voorbereiding van deze productie. Heeft het zich bij de bewerking van het boek willen meten met de bewogen discussie over de financiële wereld die in de kranten wordt gevoerd? Lukt het om van de op het eerste gezicht droge, maar voor onze samenleving toch erg relevante thema’s spannend theater te maken? Lukt het om uit dit stro goud te spinnen? Slaagt het gezelschap erin het complex aan krachten te laten zien waaraan Groenink en de zijnen blootstonden? Wordt De Prooi een theatraal document dat onze samenleving helpt de nagalmende vragen over de ondergang van het vlaggenschip van onze bancaire sector te beantwoorden? Of zijn de makers van plan te volstaan met een adequate theatrale spin-off van het populaire boek, met bijbehorend zonnig vooruitzicht voor wat betreft de recettes?

Als de ambities van het Nationale Toneel verder reiken, kan De Prooi de eerste grotezaalvoorstelling zijn die een braakliggend dramaturgisch terrein betreedt. Een terrein waar het theatergezelschap zich een actueel onderwerp volledig eigen heeft gemaakt en zo constructief mogelijk aan de orde stelt. Een theater dat in staat is rauwe kritiek te leveren op achterhaalde ideeën, maar zich ook uitslooft om ideeën die wel toekomst hebben met glans voor het voetlicht te brengen.

In het geval van De Prooi zou dat bijvoorbeeld kunnen betekenen dat het Nationale Toneel enkele beklijvende scènes en treffende beelden voor de (te) grote focus op aandeelhouderswaarde in petto heeft. Dat het de keuzes aanschouwelijk weet te maken waarover Groenink en de zijnen konden beschikken. In hoeverre zij gedwongen handelden en waaraan dat lag. Via het theater zouden we zo een beter gevoel kunnen ontwikkelen voor de rol van een grote bank in onze samenleving.

 

Erkenning

Het is mijn grote overtuiging dat als het Nationale Toneel met De Prooi hierin slaagt, en als andere gezelschappen naast hun repertoire-ensceneringen ook wat vaker een eigentijds onderwerp met alle liefde en belangstelling uitwerken, ons theater al gauw op meer bezoekers en meer erkenning mag rekenen.

Voor onze theaterpraktijk zou het een tamelijk nieuw idee zijn om ten overstaan van maatschappelijke vragen als in De Prooi worden gesteld geen kritische, maar een meer dienstbare rol te vervullen. Toch zou dit in wezen een voortzetting zijn van een rijke dramaturgische geschiedenis. De grote toneelschrijvers hebben zich altijd beziggehouden met de ontwikkelingen in hun eigen tijd. Aan de hoogtepunten van Tsjechov, Ibsen en Williams ligt een zorgzame analyse ten grondslag van de spanningen van hun eigen samenleving. Hetzelfde kan worden gezegd van de beste werken van Aeschylos, Brecht en Pinter. Telkens zien we in hun stukken de nieuwe tijd op oude ideeën botsen. Als kronieken van de eigen tijd staan de repertoirestukken dan ook nog altijd fier overeind. En ook nu botst nieuw nog altijd met oud. In de politiek, de media, het bankwezen, maar ook in de liefde en in familierelaties. Ik zou het graag helder verbeeld terugzien op het toneel.

 

Maar als het theater zich op niveau met de kronieken van onze tijd wil gaan bemoeien, zal een bepaalde fase van het maakproces meer gewicht en aandacht moeten krijgen dan nu gebruikelijk is; ik bedoel die van de voorbereiding. De fase waarin de tekst tot stand komt.

De Prooi is niet de eerste grotezaalvoorstelling die expliciet een actueel thema aansnijdt. Het lijkt erop dat het idee om theatervoostellingen zich in het heden te laten afspelen met als doel direct in te kunnen haken op een bepaald maatschappelijk discours, volledig is doorgebroken. Toneelgroep Amsterdam van Gerardjan Rijnders begon hiermee in de tweede helft van de jaren negentig. Sinds de spraakmakende reeks Mighty Society voorstellingen van Eric de Vroedt heeft de benadering definitief post gevat. Orkater is metKamp Holland en Breaking the News eveneens deze weg ingeslagen. Ook Mephisto van Toneelgroep Maastricht kan (met enige goede wil) in deze lijn worden gezien, evenalsPrometheus van het Noord Nederlands Toneel. Het is zeer toe te juichen dat de theatergezelschappen niet alleen via het repertoire reflecteren op de werkelijkheid, maar dat ze de auteursrol ook naar zich toe trekken en onze leefwereld op scheppende wijze gaan verbeelden.

 

Intellectuele expeditie

De achilleshiel blijkt vaak de scripts waarop deze voorstellingen zijn gebouwd. Afgezet tegen het enorme gewicht dat het script in de schaal legt van een voorstelling, krijg ik de indruk dat er nog te weinig in wordt geïnvesteerd.

Ik weet uit ervaring bij Opium voor het Volk, de toneelgroep die ik samen met schrijver Willem de Vlam heb opgericht, hoe moeilijk het is om dramatische verhalen te ontwerpen die op een meeslepende manier de thema’s van onze samenleving aansnijden. Het tot stand brengen van die stukken was voor ons telkens weer een intellectuele expeditie die tot wel een jaar of nog langer kon duren. Wat er op de tekentafel spannend uitzag, kon in uitgeschreven vorm inhoudelijk te kort schieten, drammerig, flauw of gewoon saai zijn. Wij leerden steeds langer van tevoren te werken. Want er moest altijd nog genoeg tijd zijn om nieuwe lijnen te bedenken, karakters aan te passen en de metaforen in het gelid te zetten. In mijn ervaring is het een zeer zware opgave om een toneelstuk te schrijven dat zowel meeslepend is als betekenisvol voor onze complexe samenleving. Haast te zwaar voor de geest en het uithoudingsvermogen van één enkele schrijver.

Om de investering in het script op pijl te brengen, denk ik dat het nodig is de schrijver van meer hulptroepen te voorzien. Dramaturgen die de hele trukendoos van het drama kennen en in staat zijn zich een onderwerp eigen te maken kunnen de schrijver terzijde staan bij het opzetten van de structuur van het script. Desnoods worden er in een latere fase collega-schrijvers ingevlogen om bij te dragen aan de dialogen. Intensieve samenspraak met de regisseurs en de vormgevers gedurende het hele schrijfproces ligt uiteraard ook voor de hand.

Dit betekent tevens dat de ontwikkeling van de tekst iets zwaarder op het budget zal drukken, waardoor er in een jaar misschien één acteur minder in dienst kan worden genomen. Het betekent ook dat binnen het gezelschap, naast de eeuwige slag in het repetitielokaal, nog een heel nieuw front wordt geopend. Vooral voor de artistieke leiding zou het een vrij wezenlijke verandering zijn in het proces waarmee voorstellingen tot stand worden gebracht. Voor de buitenstaander zou het echter heel intuïtief overkomen. Die ziet de gezelschappen bij wijze van spreken bezuinigen op hardware, om te kunnen investeren in de software.

 

Boter bij de vis

Het Nationale Toneel was zo vriendelijk mij het script te laten lezen waarmee het de repetities aan De Prooi is gestart. Dat heb ik met heel veel plezier en collegiale bewondering gedaan. Ik weet hoe moeilijk het is wat Sophie Kassies, die deze theateradaptatie heeft geschreven, heeft gepresteerd. Haar tekst is toegankelijk en verrassend compleet in de weergave van het boek van Jeroen Smit. Het laat ook heel mooi de desintegratie van het grote ABN Amro zien. Alle divisies van het bedrijf komen steeds verder van elkaar af te staan. De klap waarmee alles ten einde komt wordt uitgedeeld door een astronomisch geldbedrag; cash betaald door het consortium van drie banken dat een vijandige overname doet. Afgaand op het script heb ik een leuke avond voor de boeg, met een voorstelling over een onderwerp dat mij interesseert. Maar het geeft mij niet de indruk dat het Nationale Toneel wel eens met een voorstelling voor de dag zou kunnen komen die verschil maakt in het denken over grote banken in onze samenleving. Daarvoor is deze tekst inhoudelijk te weinig geprononceerd.

Als we het theater werkelijk een serieus en breed erkend platform voor de reflectie in onze samenleving willen laten zijn, dan moeten de scripts op een nog hoger niveau komen te liggen. En dat betekent: boter bij de vis. Het actuele theater kan nog heel veel aan scherpte winnen als er meer wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van het script.

 

Kosmonautblog VI: Festival Vertigo nadert...

Vertigo festival nadert…
Er moet gerandprogrammeerd, talent-ontwikkeld en gerepetiteerd. Maar op dit moment wordt er weer geschreven. Vanuit een oud monumentaal pand in Duindorp, met echt aardewerken servies, echt zilveren suikerpotten, echte houten vloeren, echt bonten jassen en tweemaal een echte open haard. ‘Toeval bestaat niet’ dacht ik, toen ik hier een logeerplek aangeboden kreeg. Alsof ze wisten dat Vertigo, met een hint naar het Fin de siècle, wordt georganiseerd. Het is alsof de klok in dit huis net aan het begin van de 20e eeuw stil is gezet. Werkelijk alles, van de stoelen in de eetkamer tot en met de het zilveren bestek, is antiek. Alleen de computer waar ik achter schrijf herinnert aan iets van na 1900.  Van de geluiden van buiten hoor je hier niets, wel heb ik uitzicht op de tuin. Het heeft gesneeuwd, de tuin is een klein sprookje waar mussen en vlaamse gaaien in rondhippen op zoek naar eten. De geur van smeulend haardvuur zit in de muren en de tapijten en in de echte authentieke schilderijen aan de muur. Je verwacht hier een man met een sigaar en een monocle te treffen. In een satijnen kamerjas zou hij hier de trap af dalen, in de deuropening verschijnen en mij opnemen, van mijn voeten tot mijn kruin, om daarna zijn imposante snor glad te strijken en dan het Wilhelmus voor me te zingen, of een ander bombastisch lied. 

Het is mijn logeeradres in Den Haag en het contrast met mijn éénkamerhuisje in Utrecht kon niet groter zijn. Vertigo ontstaat langzaam tussen twee steden in: Utrecht en Den Haag. De treinreizigers zouden haast moeten weten dat we op stapel zijn, zoveel wordt er heen en weer getreind door iedereen. Het heen en weer reizen maakt je een beetje onthecht, alsof je even helemaal nergens meer thuis hoort. Als het festival straks begint, dan wordt Branoul voor vier weken ons thuis. Een klein antiek theatertje in de Maliestraat, waar je, net als in dit huis in Duindorp, even een andere wereld binnen stapt. Om even de tijd te vergeten, en tegelijkertijd te kunnen reflecteren op wat er in de buitenwereld gebeurd. Om je te laten onderdompelen in vier nieuwe stukken, masterclasses en andere randprogrammering. We nodigen jullie van harte uit om te komen verdwalen in Vertigo.

kosmonautblog V: de deadline voor de stad

Drie kussen.

Dat is de tijd die we tijdens de eerste vergadering van dit nieuwe jaar nemen om het jaar gelukkig te beginnen, om daarna door te stomen met goede voornemens waar we vorig jaar mee begonnen zijn: vier stukken in maart en april. Vier stukken die hun deadline naderen.


Vier stukken, één stad.

Bestaat op papier. Personages lopen er rond, lopen er van alles te willen, braken al klodders taal. Dit zijn onze laatste schrijfdagen,  we hakken knopen door. De vier stukken moeten nu immers één verhaal worden.

Noemen we alle personages hetzelfde? Of weerklinkt de ene gebeurtenis in een ander stuk? Of komen scènes letterlijk terug in alle vier de stukken? En wat zegt dat dan? Voors en tegens vliegen over tafel, stiltes, en slagroomtaart. Heftige discussies, veel sigaretten en dan maar weer een raampje open.

 
Maar daar waaien onze kopzorgen niet door weg. De één vraagt zich af of zijn vrouw mét of zónder bijl een uur lang op het toneel moet staan, de ander heeft ‘teveel materiaal en te plat van taal maar dat komt wel goed’. In het ene stuk regent het al maanden niet, in het andere wordt gedurende de laatste dagen nog even een zondvloed er  in geschreven. Maar godverdomme wat zegt dat dan?

Zwijgen.

 
Hier, in deze echte stad, regen ik al bijna vijf nachten mijn bed uit en sprak de conducteur vandaag over ‘defecte weersomstandigheden’. 2012 is pas zeven dagen oud, maar het begin van het einde van de wereld wordt loeiend ingeluid. Wij geloven er niks van, wij schrijven stug door. Al is er een deadline voor de wereld, er is er ook een voor onze stad.

 
De dingen worden af, de dingen worden rond. En we hopen godstierlijk erg: de dingen komen goed.

Kosmonautblog IV: De stad groeit

In maart 2012 start Festival Vertigo; een festival voor nieuw toneelschrijven, georganiseerd en geschreven door De Kosmonaut. Op dit festival gaan vier nieuwe voorstellingen in première, die zich afspelen in dezelfde stad: Vertigo. De voorbereidingen zijn in volle gang.

Kosmonautblog IV: De stad groeit

Ieder schrijfproces heeft dat moment.
Sterker nog: langzaamaan beginnen we te vermoeden dat ieder proces dat moment heeft.
En iedere keer verrast het je.
Iedere keer denk je, nu onthoud ik het. Voor de volgende keer.
En iedere keer, net als je het niet meer verwacht, komt het je toch weer vol in het gezicht gewaaid:
 
Dat moment dat je je af begint te vragen waarom je ook al weer aan het doen bent, wat je aan het doen bent.

Er is een maand verstreken sinds de vorige Kosmonautblog. De herfst dondert al bijna de winter in. De bouw van de stad is inmiddels begonnen. Vertigo begint langzaam op te doemen op landkaarten, de contouren lekken nog wat uit maar het fundament staat. En stevig ook. De eerste inwoners beginnen al schuchter in te trekken. Tegen de tijd dat het volop winter wordt zal de stad drukbevolkt zijn.
En vier nieuwe theaterteksten hun voltooiing naderen.

Teksten die samen een geheel vormen, en tegelijkertijd op zichzelf kunnen staan.
Teksten die de stad Vertigo tastbaar moeten maken.
Teksten die de vuurdoop voor De Kosmonaut zullen zijn.

Oftewel, teksten die een vraag oproepen: waarom zijn we toch aan het doen, wat we aan het doen zijn? Maken we het onszelf te moeilijk? Gaat het lukken om tussen al het geregel door, vier teksten te schrijven die dat allemaal in zich dragen?

Met de vraag zelf is niets mis. Kunst kan alleen bestaan bij de gratie van constante twijfel, constante reflectie. Wat gister waar was, hoeft dat vandaag niet meer te zijn. Een gebouw dat gister de herfstwind trotseerde kan vandaag instorten. Dat is de reden dat we nu al teksten delen. Deze blogs schrijven. Dat de bouw van Vertigo constant aan reflectie onderhevig is, tijdens Bord op Schoot, onze tweemaandelijkse literaire avonden in theater Branoul, maar ook hier, op onze digitale thuisbasis. We blijven constant reflecteren en bijsturen.

Naast Vertigo zijn we een aantal erg toffe dingen aan het plannen voor het komende jaar: nieuwe voorstellingen en andere literaire activiteiten, we halen er een hoop nieuwe, jonge, talentvolle schrijvers bij waar we mooie dingen mee gaan maken. Daarover later veel meer, dus hou de site goed in de gaten!

Maar tot het zover is, staat ons nog iets anders te doen. We maken de kachel aan, doen de lichten uit, we bereiden ons voor op de winter die komen gaat. We denken aan alle dingen die er nog gaan gebeuren in ons Vertigo. Die er al aan het gebeuren zijn. Die we dolgraag aan jullie willen laten zien. Alles is nog mogelijk, we hoeven het alleen maar te doen.
Alles wat we willen, komt er aan.

Ach ja, en dat, dat is de reden waarom we doen wat we doen.

Alle goeds, De Kosmonaut

Recensie Bord op Schoot #1, van Den Haag Direct

Jong Haags talent werd me vorige week beloofd bij Literair Theater Branoul in de Maliestraat. Als iets bij voorbaat jong en rauw genoemd wordt ben ik er meestal niet als de kippen bij, maar goed ik was toevallig beschikbaar en was ook wel enigzins benieuwd hoe een toneelschrijfhuis nu precies zichzelf zou presenteren. Het simpelweg voorlezen van een toneelstuk is immers doodsaai.

Ander_oog_optie_1

Ondanks mijn scepsis houd ik wel van thee en dat was rijkelijk aanwezig op de “nulde” verjaardag van “het bord op schoot”, zoals de tweemaandelijkse update van De Kosmonaut moet gaan heten. De schrijvers die zich in deze productie presenteren doen zichzelf daarmee echter te kort. Ze barsten van het talent en de concurrentie moet wel erg veel in huis hebben willen deze jonge schrijvers de opdrachtgevers niet met bakken kunnen binnenslepen. Met andere woorden, ik was onverwacht, maar aangenaam verrast door de kwaliteit van de avond.

Natuurlijk, het was rauw en het acteerwerk was soms houterig, maar het acteren was natuurlijk niet de doelstelling van de avond, het heeft immers niets met schrijven te maken en was ook zeker niet storend. In een gemiddelde try-out van een bekende cabaretier zitten meer onderbrekingen. Voor een nulde verjaardag, een eerste try-out, was dit zelfs zeer goed te noemen.

De toneelschrijvers die zich deze avond presenteerden (Sytze Schalk, Annet Bremen, Koen Caris & Ninke Overbeek) mogen zichzelf verdiend op de borst kloppen. Gast-columnist Daan Windhorst bracht een scherp commentaar met relevantie tot het aangebrachte thema. De muziek werd deze avond verzorgt door Marlijn Spee.

Enne Koens bracht een aantal passages uit haar nieuwe boek “Vogel” waarin het thema nulde verjaardag aangehaald werd. Met name vanuit de blik van een tienermeisje dat op zoek is naar haar eigen ik, een meisje zonder ervaring dat alles nog moet ontdekken. Enne die overigens ook leuke toneelstukken en rollenspellen geschreven heeft om met uw kind te oefenen. Zo leert u van/over uw kind.

De avond werd geopend met een kort toneelstukje door acteurs Jos Nargy, Bengt Kropmans & Alex van Bergen die een aantal karakters naspeelden van bezoekers van de “oh, oh, intro”, de Haagse introductieweek. Ook kwamen natuurlijk de columnist, de schrijver en de muziek voorbij, allen vaste elementen in de formule van het bord op schoot. En natuurlijk niet te vergeten het bord met worst en kaas, om de naam van de avond eer aan te doen. Het geheel van de avond viel dit keer in de hoek comedy, een hoek die de schrijvers goed past, maar er is zeker een diepere laag te bespeuren, door de korte sketches is dit echter nog niet geheel naar boven gekomen. Wellicht dat hier een serie-element in zit en er bij de volgende “Met het bord op schoot” meer duidelijkheid over komt.

Ik wens de heren en dames van schrijverscollectief De Kosmonaut veel succes en kan een ieder aanbevelen ook eens een kijkje te nemen bij hun presentaties in theater Branoul, maar natuurlijk ook daarbuiten.

Een kleine PS naar Daan Windhorst: Een nulde verjaardag vier je zeker wel. Het is als een geboorte van iets. Een lelijke baby die gewassen wordt en eenmaal gewassen schoon aan de wereld getoond wordt, zodat deze van haar schoonheid kan genieten. Eigenlijk vier je de nulde verjaardag dus een paar dagen na de eigenlijke verjaardag, iets wat de deelnemers van “Met het bord op schoot” zeker verdiend hebben.

Bord op Schoot gastcolumn I: Daan Windhorst

Hieronder vind je de gastcolumn van onze eerste 'Bord op Schoot' avond van 13 oktober, geschreven door Daan Windhorst (Het Zuidelijk Toneel, Orde van de Dag).

Over het nut van de nulde verjaardag

Laten we eerlijk wezen; je NULDE verjaardag is eigenlijk niet iets om trots op te zijn.

Je hebt nog niks bereikt. Letterlijk niks. Je bent bedekt met moederslijm, je ligt in de wieg en je bent nog niet eens aangekleed. Je KAN je niet eens aankleden. Je kan niet praten of denken of legoën. Niks.

Het is misschien onaardig, maar als iemand op je nulde verjaardag een kussen in je gezicht duwt en je smoort gaat er alsof NIKS verloren.

Je bent op je nulde verjaardag nog geen persoon.

Je nulde verjaardag vieren heeft dan ook iets misplaatsts. Het is een volstrekt nutteloze bezigheid.

Maar: dat geldt voor alle verjaardagen. Achter elke verjaardag schuilt dezelfde, uiteindelijk existentiële vraag: wat vier ik nou eigenlijk?

“Een x aantal jaar geleden, precies op deze dag viel ik uit mijn moeder.” Nou en? Wat is daar speciaal aan? Het gaat vanzelf. Tenminste, bij mij. Ik weet niet hoe dat bij jullie zit.

Het heeft geen betekenis.

Wij geven het betekenis, door met z’n honderden tegelijkertijd gefeliciteerd-facebookberichten achter te laten en gekke mutsjes op te doen.

Toegegeven, wat dat betreft heeft niks natuurlijk echt betekenis. Er is geen god. Er is geen Intelligent Design. Er is geen doel. Onze aanwezigheid op aarde is mooi toeval. En daar houdt het wel zo’n beetje op.

Dat is een nogal nihilistische boodschap, waar we in het dagelijks leven uiteindelijk niks aan hebben. Ik kan je wel vertellen dat je verjaardag een arbitrair ritueel is zonder noemenswaardige betekenis, maar als ik vergeten ben om je een cadeau te geven is dat geen excuus. Sorry nog daarvoor, Elly.

Omdat wij met z’n allen ergens in geloven, krijgt het betekenis. Misschien niet op “echt” kosmisch gebied, maar in in ieder geval praktisch. In onze alledaagse werkelijkheid hebben verjaardagen wel degelijk betekenis.

Een ander voorbeeld daarvan is natuurlijk onze economie. Ik weet niets van geld, maar iemand die er wel iets van weet heeft mij eens verteld dat de economie alleen maar bestaat bij de gratie van ons vertrouwen erin. Wij geven het niet alleen betekenis, ook belang.

Hetzelfde geldt voor veel dingen: kunst, liefde, kerstmis. Het is alleen belangrijk omdat wij het belangrijk vinden.

Is dat erg? Misschien, maar het is nou eenmaal zo. Dus vette pech voor jullie allemaal.

Het geeft ons ook veel macht. Het is aan ons. We hoeven ons niet neer te leggen bij de status quo. Alles kan belangrijk worden, zolang wij mensen er maar van overtuigen dat het belangrijk is.

Het is best makkelijk om mensen er op die manier van te overtuigen dat – bijvoorbeeld – kunstenaars lui zijn en hun werk geen waarde heeft. Als je dat maar hard, vaak en overtuigend roept zul je op die manier de waarde van kunst daadwerkelijk verminderen.

Het spijt me dat ik op een verjaardagsfeestje over politiek begin, zodirect gaan we vast weer taart eten en zingen.

Er zijn maar heel weinig dingen die een intrinsieke waarde hebben. Bij het schrijven van deze column heb ik er een half uur over na zitten denken en kwam ik niet verder dan ‘worstenbrood’. Worstenbroodjes HEBBEN waarde. De rest maken we. Met z’n allen of met een groep geven we dingen betekenis.

Dat spel kunnen wij ook spelen. Zo makkelijk als het is om tegen de kunst te framen, zo makkelijk kunnen wij voor de kunst framen. Maak kunst belangrijk. Zorg er voor dat de mensen er om geven. Doe iets.

Open een productiehuis voor theaterteksten. Bedenk leuke avondjes waar mensen teksten aan elkaar voor kunnen lezen. Maak mooie en vooral nutteloze dingen.

En vier je nulde verjaardag.

 

Kosmonautblog III: Het ontstaan van een stad

Wij Kosmonauten zijn ambitieus. Onze naam verraadt al dat onze ambities ver de hemel in reiken.

Daarom hebben we besloten een stad te bouwen. Een grote stad, met eigen wetten en regels, muren en torens, wegen en rivieren. Onze planning is strak. Het uitgroeien van een klein dorp tot een grote metropool duurt over het algemeen honderden jaren, maar dat leek ons overdreven lang. We hebben een half jaar voor de bouw uitgetrokken, dan moet het wel zo´n beetje af zijn.

Waar de meeste steden ontstaan op vruchtbare grond, of in tijden van grote vooruitgang, beginnen wij aan de bouw van onze stad tijdens een economische crisis. Dat leek ons wel wat: dwars tegen de stroom in iets nieuws opbouwen, nu om ons heen alles aan het afbrokkelen is. Noem ons overmoedig. Of knettergek. Maar toen we in het voorjaar de bezuinigingsplannen van onze regering hoorden, hadden we twee keuzes: onze schrijf-ambities opgeven en een kantoorbaan zoeken, of zelf iets nieuws opzetten.           

Wij beginnen dus, fris en vol goede moed, aan de bouw van een stad, middenin de herfst. Ze heeft al een naam: we noemen haar Vertigo.           

Vertigo wordt een duizelingwekkende stad. Een stad om in te verdwalen, weg te dromen, dekking te zoeken. Een stad waar je je even geen zorgen hoeft te maken, waar nog geen crisis binnengedrongen is. Maar ook een stad met een dubbele bodem, want achter elke muur en in elke steeg schuilt een andere waarheid. Het wordt een stad met veel verschillende inwoners, met verschillende gedaanten, wisselende identiteiten. Boven alles wordt het een stad waarin verhalen verteld worden. Want verhalen brengen mensen bij elkaar.

Dat is direct het grootste voordeel voor de Kosmonauten bij de bouw van Vertigo. We hebben geen bakstenen nodig en er komt geen cement aan te pas. Vertigo wordt een stad van woorden. We gaan haar opbouwen uit de verhalen die we elkaar vertellen en die jullie elkaar vertellen.

En daar komen jullie in beeld. Want een stad heeft vele inwoners en een stad van woorden bestaat uit veel verhalen van veel verschillende mensen. Daarom vragen we jullie om met ons mee te denken en schrijven.

Op 13 oktober, tijdens de eerste editie van ´Bord op Schoot´: een avond met eten, nieuwe teksten en muziek, laten we de eerste teksten horen die aan de basis liggen van de stad. We gebruiken jullie als testpubliek: alleen met behulp van jullie ideeën kan de stad wat ons betreft zo groot en bijzonder worden als we willen dat hij wordt. Niet alleen teksten van de Kosmonauten zelf, maar ook van verschillende andere jonge schrijvers die zich bij ons willen voegen zullen te horen zijn. Samen gaan we al schrijvend de stad Vertigo bouwen, en jullie zijn van harte uitgenodigd om op 13 oktober bij de start van de bouw aanwezig te zijn!

Kosmonautblog II: Het Wonder van Den Haag

We draaien op volle toeren.
De plannen zijn in gang gezet, de wielen zijn gaan draaien, en al zouden we nog willen stoppen, het zou niet gaan. Er wordt vergaderd, er worden subsidieaanvragen geschreven, draaiboeken uitgewerkt, acteurs, regisseurs, muzikanten en meer benaderd, en er is geen enkele Kosmonaut die niet in een rap tempo dingen aan het bijleren is over al die zaken die belangrijk zijn bij het starten van een toneelschrijfhuis.

Maar tussen al deze bedrijven door, was er gisteravond even een moment van rust:
Het Wonder van den Haag.
In de uitverkochte grote zaal van de Koninklijke Schouwburg genoten wij, en met ons vele anderen, van een afwisselend, interessant, literair en over de hele linie genomen gestoord programma, waarin acteurs als Anne Wil Blankers, Bram van der Vlugt, Aus Greidanus, Sanne Vanderbruggen en Bob Schwarze teksten speelden van onder andere Yvonne Keuls. En van ons.

Als er iets is waarvan je zin krijgt om nog harder door te werken, is dat het wel!

Maar nog een ander gevoel overheerst na gisteravond.
Want in een tijd waarin theatermakers steeds vaker worden gezien als luie mensen die – zoals gisteravond treffend door Bob Schwarze verwoord – met hun rug naar het publiek en hun opgeheven handjes naar de regering staan, en theater als een overbodige hobby, door, maar ook puur en alleen voor linkse hobbyisten, bewees het Wonder van Den Haag gisteravond het tegendeel.

Hier stonden acteurs op het podium die geen cent kregen, acteurs die zonder eigenbelang keihard werkten om een podium dat hen dierbaar is voort te laten bestaan. En hier zat een publiek dat niets meer wilde dan meegevoerd worden in de magische wereld van theater en taal, en bereid was daarvoor te betalen. De 25.000 euro die gisteravond opgebracht is, is daar het bewijs van.

En dát is het Wonder van Den Haag.

Dat theater Branoul niet meer zou moeten bestaan, weet iedereen. Dat er nauwelijks geld is, ook dat is algemeen bekend. Maar theater Branoul is er. En het blijft. Ondanks alles. En dat is best bijzonder om te zien.
Wat de Kosmonaut betreft: wij gaan er alles aan doen om onderdeel van dat wonder van Den Haag te worden. We zijn druk bezig, en binnenkort kunnen we de startblokken officieel achter ons laten.
Tot die tijd staan we komend weekend op de Haagsche kunst & antiekdagen (meer info volgt!), maken we op 1 en 4 september Oh Oh Intro en de Uitmarkt in den Haag onveilig en zijn we 11 september in en rondom Branoul te vinden voor het straatfestival Raamvertelling.

We houden jullie op de hoogte.

Alle goeds, 
De Kosmonaut